zondag 5 oktober 2014

Artikel 100-brief over deelname aan de internationale strijd tegen ISIS

Aan de Voorzitter van de
Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4
Den Haag

Datum   24 september 2014
Betreft  Artikel 100-brief deelneming aan internationale strijd tegen ISIS

Ministerie van Buitenlandse Zaken
Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag Postbus 20061 Nederland www.rijksoverheid.nl

Onze Referentie
DVB/CV-178/2014


Met deze brief informeren wij u, in overeenstemming met artikel 100 van de Grondwet, over het besluit van het kabinet een Nederlandse bijdrage te leveren aan de strijd tegen ISIS. Tevens wordt hiermee voldaan aan het verzoek van de Kamer om een brief met het kabinetsstandpunt ten aanzien van het luchtoffensief op ISIS in Syrië (kenmerk 2014Z16349/2014D33223).

De terroristische organisatie ISIS heeft de afgelopen maanden delen van Syrië en Irak veroverd en daarbij een ongekende gewelddadigheid aan de dag gelegd, met ontwrichtende gevolgen, ook in omringende landen. De snelle opmars van ISIS en daaraan gelieerde organisaties vormt een directe dreiging voor de regio en veroorzaakt instabiliteit aan de grenzen van Europa, met potentieel vergaande gevolgen voor onze eigen veiligheid. Er is brede internationale steun, nadrukkelijk ook lokaal en regionaal, om de strijd met ISIS aan te gaan. De Verenigde Staten hebben hierbij het voortouw genomen. Op de korte termijn is de strategie van de Verenigde Staten gericht op het stoppen van de opmars van ISIS evenals het ondersteunen van de Iraakse en Koerdische strijdkrachten en de gematigde Syrische oppositie teneinde de militaire kracht van ISIS te breken. Een effectieve bestrijding van ISIS op de langere termijn vereist vergaande bestuurlijke en sociaaleconomische hervormingen, waarvoor vooral de nieuwe Iraakse regering verantwoordelijk is. Ook de invloedrijke buurlanden van Irak hebben een rol te spelen. Zij moeten het sektarische conflict dempen en de financiële, materiële en personele toevoerlijnen naar ISIS afsnijden. De internationale gemeenschap, waaronder Nederland, moet deze landen hierop blijven aanspreken.

Het kabinet heeft besloten om, naast politieke en humanitaire steun, ook een militaire bijdrage te leveren aan de strijd tegen ISIS in Irak, in samenwerking met de Verenigde Staten en andere (regionale) partners. De internationale inspanningen zijn gericht op het breken van de militaire kracht van ISIS op de korte termijn. Deze eerste fase van de strijd zal, naar Amerikaanse schatting, zes tot twaalf maanden duren. Nederland stelt in deze fase zes operationele F-16’s beschikbaar voor de duur van maximaal een jaar. Ook worden Iraakse en Koerdische strijdkrachten gedurende deze periode ondersteund met training en advies.

Met het oog op het planningsproces dat bij het Amerikaanse Central Command (CENTCOM) gaande is, wil het kabinet nu duidelijkheid verschaffen over de Nederlandse bijdrage. Het campagneplan voor de strijd tegen ISIS is nog in ontwikkeling. Dit betekent dat nog niet alle details van de uiteindelijke Nederlandse inzet beschikbaar zijn.

Gronden voor deelneming
Nederland steunt de legitieme Iraakse regering in de verdediging tegen de terreurorganisatie ISIS, die verschrikkelijke misdaden begaat tegen bevolkingsgroepen in Irak en Syrië. De crisis zorgt voor toenemende druk op de buurlanden, met name Turkije, Jordanië en Libanon, onder andere als gevolg van oplopende etnisch-religieuze spanningen en een toenemend aantal vluchtelingen. De Nederlandse inzet is er op gericht om, in het kader van de bevordering van de internationale rechtsorde, een bijdrage te leveren aan het de-escaleren van de situatie in de regio.





De Nederlandse inzet draagt bij aan het voorkomen en beëindigen van ernstige schendingen van fundamentele mensenrechten door ISIS, zoals die momenteel plaatsvinden in Irak en Syrië. ISIS is hoogst waarschijnlijk verantwoordelijk voor zeer ernstige internationale misdrijven, zoals misdaden tegen de menselijkheid en genocide. Vrouwen vormen een specifiek doelwit en zijn slachtoffer van systematisch seksueel geweld. Nederland wil bijdragen aan het stoppen van deze gruwelijkheden. De Nederlandse inzet is dus ook gericht op het beschermen van de burgerbevolking. Hoewel niet is uit te sluiten dat door militair ingrijpen de stroom vluchtelingen op de korte termijn verder zal toenemen, is de verwachting dat hiermee de stabiliteit in de regio op de langere termijn zal worden versterkt  en vluchtelingen weer huiswaarts kunnen keren.

De ring van instabiliteit aan de buitengrenzen van de EU en het NAVO- bondgenootschap, en de aantrekkingskracht hiervan op ingezetenen van de EU, zorgt ervoor dat de dreiging van ISIS ook binnen Europa toeneemt. De dreiging die uitgaat van jihadisten in Syrië en Irak raakt ook onze nationale veiligheid. Het substantiële dreigingsniveau in Nederland is in hoge mate hieraan gerelateerd.
Om deze dreiging het hoofd te bieden moet de slagkracht van ISIS worden gebroken en de ideologische aantrekkingskracht worden aangetast.




Politieke aspecten
De bestrijding van ISIS in Irak geschiedt tegen de achtergrond van een complexe politieke en regionale context.

ISIS
ISIS heeft zijn oorsprong in Irak en was aanvankelijk gelieerd aan Al Qa’eda. Hoewel de verhouding tussen Al Qa’eda en Al Qa’eda in Irak (AQI, de voorloper van ISIS) altijd gespannen is geweest, heeft ISIS zich pas in 2014 officieel van Al Qa’eda afgesplitst. In de loop van 2013 wist ISIS zich te ontwikkelen tot een succesvolle strijdgroep in Syrië. De organisatie profiteerde van het machtsvacuüm in Syrië, de poreuze grenzen tussen Syrië en Irak en de proliferatie van wapens  en beschikbare financieringsstromen. Het succes van ISIS had bovendien een grote aantrekkingskracht op jihadstrijders uit de hele wereld.

ISIS genoot in Syrië aanvankelijk enige steun door zich te profileren als onderdeel van de oppositie tegen Assad. Een groot deel van de gematigde Syrische oppositie en de lokale bevolking keerde zich echter van ISIS af toen het een gewelddadig  en repressief gezag trachtte te vestigen. In delen van Irak heeft ISIS het gevoel van marginalisatie door de centrale autoriteiten onder soennieten uitgebuit. Hun (gedoog)steun voor ISIS is geworteld in een gebrekkig toekomstperspectief en een diep wantrouwen jegens de centrale autoriteiten. Mede daardoor heeft ISIS  de afgelopen maanden veel gebied kunnen veroveren in Irak.

Bij gebrek aan een beter alternatief lijkt de steun voor ISIS van soennitische groepen in Irak veelal pragmatisch. Het einddoel van ISIS is echter ideologisch van aard, te weten de vestiging van een groot Islamitisch Kalifaat dat zich uitstrekt over het gehele Midden-Oosten, waarbinnen een ultraconservatieve en repressieve interpretatie van de Islam geldt. Om dit doel te bereiken wordt geen enkel middel geschuwd. In werkelijkheid betreft het een totalitair systeem dat berust op geweld, intimidatie en onderdrukking en weinig van doen heeft met de Islam.

Irak
De effectieve bestrijding van ISIS in Irak vereist, naast een harde aanpak van de terroristische organisatie zelf, vergaande politieke en sociaaleconomische hervormingen zodat alle Irakezen een redelijk en geloofwaardig perspectief kan worden geboden. Deze verantwoordelijkheid ligt in handen van de recent aangetreden premier Haider Al Abadi. Al Abadi heeft met de vorming van een inclusieve regering een belangrijke eerste stap gezet die internationaal breed is verwelkomd. De mate waarin zijn nieuwe regering erin slaagt betekenisvolle hervormingen uit te voeren, is cruciaal voor het herstel van het vertrouwen in het nationale gezag door alle partijen.

De regering-Al Abadi is afhankelijk van de steun van de Koerdische Regionale Autoriteiten (KRA). De KRA geven voorwaardelijke steun aan de nationale regering maar hebben een aantal harde eisen gesteld, bijvoorbeeld met betrekking tot de verdeling van het Iraakse nationale budget en het recht op de handel in (Koerdische) olie. Over deze en nadere kwesties zal de komende maanden een akkoord moeten worden bereikt.

Deze grote uitdagingen vereisen aanhoudende internationale politieke en diplomatieke betrokkenheid bij het politieke proces in Irak. Het kabinet ziet hierbij vooral een rol weggelegd voor de United Nations Assistance Mission in Iraq (UNAMI) en de EU, maar roept ook nadrukkelijk de landen uit de regio op om hierin een leidende rol te spelen. Het kabinet is voorts van mening dat blijvend moet worden geïnvesteerd in gematigde krachten in de regio.

Syrië
Het succes van ISIS in Syrië hangt nauw samen met het uitblijven van een politieke oplossing en een gebrek aan stabiliteit in Syrië. Er rust wat dat betreft een zware verantwoordelijkheid op de schouders van VN-Gezant Staffan de Mistura die het politieke proces in Syrië nieuw leven moet inblazen. De Mistura verdient hierbij de volledige steun van de internationale gemeenschap. Nederland levert al vanaf het begin van de crisis een bijdrage aan het bereiken van een politieke oplossing, onder meer door steun aan het AU/VN-onderhandelingsteam van Kofi Annan/Brahimi en door het ondersteunen van capaciteitsopbouw en training voor de Syrische Oppositie Coalitie, onder meer in voorbereiding op de Geneve II-onderhandelingen. Daarnaast steunt Nederland andere gematigde krachten in Syrië, waaronder de Syrische Interim Regering, Syrische vrouwen en het maatschappelijk middenveld.

Op 23 september jl. zijn de Verenigde Staten, samen met een aantal landen uit de regio, een luchtoffensief tegen ISIS in Syrië gestart. Het kabinet heeft begrip voor deze actie. Tegelijkertijd blijft Nederland zich inspannen voor een politieke oplossing in Syrië. De huidige beleidsinzet van steun aan gematigde krachten wordt derhalve voortgezet en ook De Mistura wordt waar mogelijk gesteund.
Daarbij mag – ondanks de huidige focus op de bestrijding van ISIS – de zware verantwoordelijkheid van het Assad-regime voor het ontstaan van de huidige situatie niet vergeten worden. Dit ontslaat het regime dus niet van de verplichting om verantwoording af te leggen voor de misdaden die het de afgelopen jaren heeft begaan.

Regionale actoren
Een belangrijke factor voor het welslagen van zowel het politieke proces als de militaire actie is de constructieve opstelling van de gehele regio, inclusief Saoedi- Arabië en Iran. De grote regionale invloed van deze twee landen heeft zijn weerslag op de binnenlandspolitieke verhoudingen in Irak. De ondertekening van het Jeddah Communiqué op 11 september jl. door Egypte, Jordanië, de  Golfstaten, Irak, Libanon en de Verenigde Staten is een belangrijk signaal van de regionale steun aan het optreden tegen ISIS. De steun van deze overwegend Soennitische landen toont evenzeer aan dat de gruweldaden die ISIS pleegt niet voortkomen uit of ondersteund worden door de (soenni-)Islam. Naast de politieke steun van het Jeddah-communiqué neemt de regionale steun ook concrete  vormen aan door de deelneming van een aantal landen aan het luchtoffensief boven Syrië. Het is voorts positief dat ook landen die doorgaans lijnrecht tegenover elkaar staan, zoals Saoedi-Arabië en Iran, ISIS ervaren als een ernstige bedreiging en voorzichtig de dialoog over de bestrijding van ISIS aangaan.

De positie van Turkije is eveneens een belangrijk aandachtspunt. Turkije was een van de eerste landen die zich uitspraken voor de internationale bestrijding van ISIS. Ook heeft Turkije ISIS op de lijst van terroristische organisaties geplaatst. Het land ondervindt inmiddels desastreuze gevolgen van de opkomst van ISIS. Alleen al het afgelopen weekeinde zijn 130.000 Syrische Koerden de grens tussen Syrië en Turkije overgestoken, op de vlucht voor het geweld van ISIS. Ook werden 49 medewerkers van het Turkse consulaat-generaal in Mosul (Irak) ruim drie maanden gegijzeld door ISIS. Turkije onderschrijft de noodzaak van de bestrijding van ISIS en heeft op 23 september jl. aangekondigd steun te zullen verlenen aan de strijd tegen ISIS.

Duidelijk is dat de complexe politieke en regionale context de internationale gemeenschap voor grote uitdagingen plaatst. Met een nieuwe Iraakse regering, betrokkenheid van de regio en een breed gedeeld besef van de noodzaak is er niettemin momentum om de dreiging van ISIS gezamenlijk het hoofd te bieden. Zonder ingrijpen is verdere destabilisering van de regio een reëel scenario met alle gevolgen van dien.

Mandaat
Nederland levert een bijdrage aan de strijd tegen ISIS op basis van een verzoek tot militaire steun van de Iraakse autoriteiten, dat zij op 25 juni jl. bij de VN hebben ingediend en op 20 september jl. hebben herhaald. Het verzoek om steun door de legitieme Iraakse regering voorziet in een rechtsgrond voor de inzet van Nederlandse militairen in Irak. De juridische status van de Nederlandse militairen moet nog worden geregeld, maar het uitgangspunt is dat er zo snel mogelijk statusafspraken worden vastgelegd met de gastlanden.

Er is momenteel geen internationale overeenstemming over de vraag of er sprake is van een volkenrechtelijk mandaat voor militaire inzet in Syrië. In de praktijk zijn er geen grenzen meer tussen Irak en Syrië en bestaat het risico dat ISIS      vanuit Syrië een directe bedreiging vormt voor Irak. Indien ISIS verder uitsluitend in Irak wordt bestreden, is het aannemelijk dat de terroristen zich verplaatsen naar Syrië en andere landen in de regio met alle problemen van dien. Door middel van een luchtoffensief boven Syrië proberen de Verenigde Staten deze effecten te voorkomen. Het kabinet heeft begrip voor de Amerikaanse inspanningen. Dit luchtoffensief wordt uitgevoerd in samenwerking met een aantal regionale landen, maar behelst geen samenwerking met het Syrische regime.

De Verenigde Staten, die de aanvallen tegen ISIS leiden, beroepen zich op het recht op collectieve zelfverdediging, verwijzend naar de brieven van Irak aan de VN Veiligheidsraad. Het recht op zelfverdediging (individueel of collectief) is een inherent recht in het volkenrecht (artikel 51 VN Handvest), dat ontstaat in geval van een (onmiddellijk dreigende) gewapende aanval vanuit een andere Staat. Het gebruik van geweld in dit kader vormt een uitzondering op het geweldverbod en biedt een volkenrechtelijk mandaat. Er gelden strikte voorwaarden voor de uitoefening van dit recht, zeker waar een (onmiddellijk dreigende) gewapende aanval afkomstig is van een gewapende groep zoals ISIS. Dan is ook bepalend of Syrië dergelijke aanvallen kan of wil bestrijden. Op dit moment valt niet met stelligheid te zeggen of er sprake is van zelfverdediging als volkenrechtelijk mandaat. De Nederlandse inzet is hierom nu beperkt tot Irak. Het kabinet zal de internationale ontwikkelingen op dit vlak nauwkeurig volgen.

Deelnemende landen
Onder leiding van de Verenigde Staten wordt momenteel een campagneplan ontwikkeld. Hieraan leveren een aantal Westerse landen en landen uit de regio bijdragen. De brede internationale opzet dient niet alleen militair-operationele doelen, maar ook politieke en humanitaire doelen. Het is denkbaar dat militaire inzet radicalisering en sektarische onrust op korte termijn in de hand werkt, zowel in de regio als in Nederland. Het gezamenlijk optrekken tegen ISIS van Westerse landen en landen in de regio is derhalve van groot belang. Verschillende landen hebben reeds een bijdrage aan de strijd tegen ISIS toegezegd onder voorwaarde van nationale politieke besluitvorming en nadere militaire planning. Enkele landen, waaronder Frankrijk en Jordanië, hebben al openlijk verklaard dat zij zullen deelnemen aan de strijd tegen ISIS en/of hebben reeds meegedaan aan het luchtoffensief boven Irak en Syrië. In andere landen vindt momenteel besluitvorming plaats over een bijdrage aan de strijd tegen ISIS. Het spreekt voor zich dat wij uw Kamer op de hoogte houden over ontwikkelingen hieromtrent.

Nederland zoekt voor de inzet van de F-16’s bij voorkeur samenwerking met een partner die over hetzelfde vliegtuigtype beschikt. Ook voor de inzet van trainers wordt gekeken naar internationale samenwerking om daarmee de ondersteunings- en logistieke footprint zo klein mogelijk te houden.

Invloed
Nederland heeft via diplomatieke, politieke en militaire kanalen op alle niveaus contacten met de betrokken partnerlanden. Nederland was aanwezig op de ministeriële Irak-conferentie in Parijs op 15 september jl. en was eveneens vertegenwoordigd tijdens een speciale zitting van de VN Veiligheidsraad over de situatie in Irak op 19 september jl. De uitstekende bilaterale en multilaterale contacten verzekeren Nederland van een goede informatiepositie en helpen om de eigen inzet zo zorgvuldig mogelijk vorm te geven.

Nederland heeft een planningsteam afgevaardigd naar het Amerikaanse CENTCOM als bijdrage aan de strategische planning van de operatie. De detailplanning en de aansturing van de operationele inzet gebeurt in operationele hoofdkwartieren in Bagdad, Kuwait en Qatar. In deze hoofdkwartieren worden Nederlandse liaison officieren geplaatst.

Militaire aspecten
De Nederlandse bijdrage aan de eerste fase van de militaire campagne om de slagkracht van ISIS te breken is tweeledig. In eerste instantie zal de opmars van ISIS door de inzet van het luchtwapen worden gestopt. Nederland levert zes operationele F-16’s voor luchtaanvallen op Iraaks grondgebied. Tegelijkertijd levert Nederland trainers om Iraakse en Koerdische strijdkrachten in staat te stellen ISIS op de grond te bevechten.

Inzet van F-16’s
Nederland gaat met zes operationele F-16’s opereren vanaf een nog nader te bepalen vliegveld, in ieder geval buiten Irak en/of Syrië. Bij de uiteindelijke vliegveldkeuze wordt rekening gehouden met de afstand tot het inzetgebied, logistieke aspecten (zoals de aanwezigheid van partners) en de afspraken die met het gastland kunnen worden gemaakt.

Door middel van luchtaanvallen worden tactische locaties van ISIS (bijvoorbeeld kampen of I installaties) uitgeschakeld. De luchtaanvallen worden uitgevoerd met precisiewapens. Deze kunnen worden ingezet tegen doelwitten waarvan de exacte locatie vooraf bekend is of met behulp van doelaanwijzing (doelaanwijzers op de grond of in de lucht). Iraakse en Koerdische strijdkrachten krijgen luchtsteun bij hun optreden tegen ISIS, onder andere door de Nederlandse F-16’s. Voor de inzet van zes F-16’s, en de twee daarbij behorende reserve vliegtuigen, worden maximaal 250 militairen uitgezonden.
Deze groep bestaat uit vliegers, operationele missieplanners, bewapenings- en verbindingspersoneel en overige (logistieke) ondersteuning.  De inzet van het luchtwapen wordt gecoördineerd vanuit het Joint Forces Air Component Command in Koeweit, waar ook Nederlandse staffunctionarissen worden aangesteld.

Inzet van trainers
Nederland gaat met maximaal 130 militairen een bijdrage leveren aan de training van Iraakse en Koerdische strijdkrachten, inclusief Peshmerga. Het betreft een brigadetrainingsteam, een Special Operations Forces (SOF) trainingsteam en ondersteunend personeel. De training is bedoeld voor reguliere militairen van de Iraakse brigades en voor SOF. Het exacte aantal militairen is afhankelijk van de ondersteuning door partners, vooral op het gebied van logistiek en beveiliging. De Iraakse overheid kan bij de eigen eenheden Engelssprekende tolken plaatsen. De beschikbaarheid van Nederlandse tolken wordt thans onderzocht. De trainingen worden verzorgd in kazernes en op trainingslocaties in delen van Irak die niet in handen zijn van ISIS. De Nederlandse trainers gaan niet mee als mentoren in gevechtssituaties. Van combat boots on the ground is derhalve geen sprake.

Commandovoering
Voor deze operatie wordt gebruik gemaakt van Amerikaanse commandovoeringstructuren. In de operationele hoofdkwartieren in Irak, Koeweit, de Verenigde Arabische Emiraten en Qatar wordt coalitiepersoneel geplaatst als stafmedewerkers en liaisonofficieren. Zo hebben de coalitiegenoten invloed op de besluitvorming en de inzet van hun eigen nationale middelen. Ook wordt een Red Card Holder onderdeel van de commandovoeringsketen. De exacte locaties waar Nederlands personeel gaat opereren, moeten nog worden vastgesteld. Mogelijk zijn meer Red Card Holders nodig (afzonderlijk voor de inzet van F-16’s, reguliere en SOF-trainers).

(Na)zorg
Voor de uitgezonden militairen zijn de geldende regelingen van toepassing. Indien noodzakelijk of gewenst, kunnen leden van een sociaal medisch team (SMT) in het operatiegebied toezien op het welzijn van de militairen.

Haalbaarheid
De Nederlandse bijdrage richt zich op de eerste fase van de strijd tegen ISIS. De combinatie van training en luchtsteun moet de Iraakse troepen voldoende vertrouwen geven om, met de beschikbare middelen, ISIS effectief te bestrijden. De duur van deze eerste fase wordt, afhankelijk van het aantal landen dat een bijdrage levert aan de coalitie, geschat op zes tot twaalf maanden. De Nederlandse deelneming is in tijd begrensd op twaalf maanden omdat het kabinet van mening is dat het daarmee, binnen de mogelijkheden, een substantiële bijdrage levert aan de aanpak van ISIS.

Naar verwachting zal ISIS zijn optreden aanpassen aan het militaire optreden van de coalitie. In plaats van regulier militair optreden zal ISIS mogelijk overgaan tot irreguliere tactieken, waaronder heimelijk optreden door zoveel mogelijk op te gaan in de burgerbevolking. Met het oog daarop zal de coalitie ook inlichtingencapaciteit en (onbemande) ISR-middelen (Intelligence, Surveillance, Reconnaissance) inzetten.

Risico’s
Bij de inzet van de F-16’s moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van luchtdoelsystemen in handen van ISIS. Mede gelet op het feit dat de bijna  200 Amerikaanse en Franse luchtaanvallen op Irak tot nu toe zonder verliezen zijn uitgevoerd, lijkt de effectiviteit (en dan vooral het bereik) hiervan echter beperkt. Het zijn vooral de langzamere en op lage hoogte vliegende helikopters die kwetsbaar zijn gebleken in de strijd in Irak. Het risico dat een vlieger tijdens een noodsituatie zijn vliegtuig moet verlaten, is altijd aanwezig. Voor het ophalen van personeel in vijandig gebied worden Amerikaanse Combat Search en Rescue-eenheden ingezet.

De risico’s voor de militaire trainers vloeien primair voort uit de onzekere veiligheidssituatie in delen van het Iraakse grondgebied. ISIS-eenheden bevinden zich weliswaar op enige afstand van Erbil en Bagdad, maar ISIS-activisten voeren daar wel aanslagen en ontvoeringen uit. Sjiitische milities die een langere of permanente westerse militaire presentie als een ongewenste inmenging afwijzen,
vormen op langere termijn een potentiële dreiging. De Nederlandse trainers zullen hoe dan ook niet deelnemen aan de gevechten zelf, maar hun werkzaamheden verrichten op goed beveiligde locaties. Verplaatsingen worden zoveel mogelijk vermeden.

Net als tijdens de NATO Training Missie in Iraq (NTM-I) waaraan Nederland tot eind 2011 deelnam, is de verwachting dat de Iraakse (en Koerdische) autoriteiten alles in het werk zullen stellen om de veiligheid van de betrokken Nederlandse militairen te garanderen. Zowel de Koerdische als de Iraakse strijdkrachten hebben zich na initiële tegenslagen weten te herpakken en voeren naast defensieve inmiddels ook weer offensieve acties uit. Dit wil niet zeggen dat ISIS niet voor verrassingen kan zorgen. Deze organisatie heeft immers bewezen zich snel te kunnen aanpassen aan de omstandigheden.

Voorafgaande aan de inzet wordt de kwaliteit van de medische faciliteiten in het inzetgebied gecontroleerd. Militairen worden niet ingezet op locaties waar de medische faciliteiten ontoereikend zijn.

Geschiktheid en beschikbaarheid
De voorziene eenheden zijn geschikt en beschikbaar. Daarvoor moet de toegezegde bijdrage van acht Nederlandse F-16’s aan de NATO Responce Force (NRF) worden opgeschort. De inzet van de F-16’s ten behoeve van de Baltic Air Policing taak vanuit Polen kan wel onveranderd doorgang vinden. De inzet van Special Forces als trainers heeft geen nadelige gevolgen voor de inzet in Mali, operatie MINUSMA. Ook resteert voldoende capaciteit om onvoorziene (inter)nationale speciale operaties te kunnen uitvoeren. Binnen Defensie is er voorts voldoende opgeleid personeel om trainingsteams voor reguliere militaire eenheden te formeren.

Duur van de deelneming
Nederland stelt zes operationele F-16’s en 250 militairen beschikbaar, evenals maximaal 130 militairen ten behoeve van training, voor de duur van maximaal twaalf maanden.

Ontwikkelingssamenwerking
Het kabinet wil de inspanningen in Irak bestendigen door regionale steun aan gematigde krachten. Het kabinet is van mening dat duurzame politieke stabiliteit alleen kan worden bewerkstelligd als er alternatieven worden geboden voor het gezag van repressieve regimes of extremistische groeperingen. Om die reden steunt Nederland de Syrische Oppositie Coalitie, de Syrische Interim Regering en Syrische vrouwenorganisaties, in voorbereiding op een proces van politieke transitie.

Voorts werkt Nederland in internationaal verband samen ten behoeve van early recovery en de voorbereiding van wederopbouw in Syrië. Nederland levert bijvoorbeeld personeel en kennis aan het samenwerkingsverband Friends of Syria, ondersteunt kleinschalige quick impact projects, en blijft zoeken naar mogelijkheden om op bescheiden maar verantwoorde wijze bij te dragen aan lokale structuren in bevrijde gebieden. Zo is 6 miljoen euro vrijgemaakt ter ondersteuning van de Syrische politie- en justitiesector in gebieden onder controle van de gematigde oppositie. Door lokale stabiliteit en (seculiere of gematigde) rechtshandhaving te ondersteunen wordt het ontstaan van een machtsvacuüm voorkomen en radicalisering tegengegaan. Nederland is voornemens een vergelijkbaar initiatief in Irak van de United Nations Assistance Mission in Iraq (UNAMI) met 1.5 miljoen euro te ondersteunen, zodra de situatie dat toelaat. Daarnaast draagt Nederland 0,6 miljoen euro bij aan het verwijderen van explosive remnants of war in Syrië en is een bijdrage van 1 miljoen euro aan een vergelijkbaar programma in Irak in voorbereiding.

Om spill-over effecten naar andere landen in de regio te voorkomen, is Nederland ook actief in Libanon en Jordanië. In Libanon gaat Nederland de Lebanese Armed Forces helpen bij het verbeteren van de grensbewaking en de civiel-militaire samenwerking. Hiervoor is 2,4 miljoen euro gereserveerd. Daarnaast draagt Nederland 3 miljoen euro bij aan een programma van de EU voor publieke diensten die onder druk staan, zoals de onderwijssector. In Jordanië werkt Nederland in NAVO-verband aan het verbeteren van genderbewustzijn in de Jordanese veiligheidssector. Ook is Nederland in gesprek over het ondersteunen van lokale gemeenschappen in Noord-Jordanië bij het signaleren van conflicten en het verminderen van spanningen tussen vluchtelingen en de lokale bevolking.

Gender
De Nederlandse bijdrage aan de strijd tegen ISIS is mede gericht op het beschermen van de burgerbevolking. Van de barbaarse en mensonterende werkwijze van ISIS zijn ook veel vrouwen in Irak slachtoffer. Er is op grote schaal sprake van verkrachtingen en ander seksueel geweld. Door ISIS te bestrijden, wordt ook een bijdrage geleverd aan het stoppen van deze vorm van geweld tegen vrouwen.

De positie van vrouwen is een prioritair onderdeel van de Nederlandse beleidsinzet in de gehele Arabische regio. In de context van de crises in Syrië en Irak legt Nederland in de daartoe geëigende fora voortdurend de nadruk op de bijzondere positie van vrouwen in het conflict. Aangaande Syrië is Nederland voorloper bij diverse initiatieven om politieke participatie van vrouwen te bevorderen, om vrouwen een grotere stem te geven in de voorbereiding op politieke transitie en om wederzijds begrip tot stand te brengen tussen Syrische vrouwen uit alle lagen van de samenleving, ongeacht hun politieke of religieuze affiliatie. Via programma’s zoals FLOW, Women on the Frontline, en via het Nationaal Actieplan 1325 worden diverse vrouwenorganisaties in Irak en Syrië ondersteund ter bevordering van politieke participatie, tegengaan van geweld, en inzet op de
1325-agenda.

Samenhang

Civiele en politieke inzet
Nederland neemt deel aan een brede internationale coalitie, onder leiding van de Verenigde Staten die de Iraakse regering ondersteunt. De Nederlandse inzet in Irak is dus complementair aan die van andere landen. Daarnaast bekijkt het kabinet de mogelijkheden om steun aan partners en gematigde krachten in Irak  en Syrië te intensiveren, onder andere met als doel een bijdrage te leveren aan de ontmaskering van ISIS. Onderdeel daarvan is ook het tegengaan van negatieve beeldvorming over de strijd van de internationale gemeenschap tegen ISIS. Verdergaande civiele ondersteuning op (middel)lange termijn zal onder andere vorm krijgen via de EU, waar Nederland een actieve rol vervult ten aanzien van de regio.

Om ook in de toekomst flexibel te kunnen inspelen op behoeften op de genoemde terreinen, inclusief (politieke) steun aan de Iraakse regering en partners in de regio, is besloten de Nederlandse diplomatieke presentie in Irak en de regio met enkele personen te versterken.

Overige militaire inzet
Nederland heeft de Koerdische strijdkrachten reeds gesteund met 1.000 helmen en 1.000 scherfvesten. Daarnaast verzorgt Nederland het transport van wapens die door Oost-Europese landen en Duitsland beschikbaar worden gesteld (Kamerbrief DVB/CV-169/2014).

Nationale veiligheid
Aan de deelneming van Nederland aan de strijd tegen ISIS zijn ook risico’s verbonden. Deze risico’s vertalen zich in een verhoogd profiel van Nederland onder jihadisten. Dit kan onder meer leiden tot een hogere terroristische dreiging tegen Nederland en een hoger risico van aanslagen in en tegen Nederland. Deze toegenomen dreiging past echter nog steeds binnen de bandbreedte van het huidige dreigingsniveau “substantieel”. Pas als er sprake is van concrete aanwijzingen voor een aanslag tegen Nederlandse doelen, zou het niveau naar “kritiek” gaan. De dreiging tegen Nederlandse belangen binnen en buiten onze landsgrenzen zal uiteraard afhankelijk zijn van de aard, intensiteit en zichtbaarheid van de Nederlandse inzet.

In de brief van 29 augustus jl. van de ministers van Veiligheid en Justitie en van SZW over het Actieprogramma Integrale Aanpak Jihadistische Beweging is de Kamer geïnformeerd over de nationale inspanningen om het jihadisme te bestrijden. Bestaande en ook nieuwe maatregelen en wetgeving hebben tot doel om niet alleen de harde kern van jihadisten te bestrijden, maar ook de verspreiding van het gewelddadige gedachtegoed. Een brede alliantie, inclusief moslims, wil het fenomeen ISIS de kop indrukken

Humanitaire hulp
Het geweld in Syrië heeft enorme migratiestromen op gang gebracht, zowel binnen Syrië als naar de buurlanden. De opgelaaide strijd in Irak heeft deze situatie nog verder verergerd. Dagelijks trachten grote aantallen mensen een veilig heenkomen te vinden in omringende landen. De kosten van opvang in de regio van al deze vluchtelingen en ontheemden zijn ongekend. De financiële inspanningen van de internationale gemeenschap om mensen op te vangen,  te voorzien in noodzakelijke medische zorg en onderwijs en tegelijkertijd de toenemende onrust tussen lokale gemeenschappen en nieuwkomers te reduceren, zijn tot op heden helaas onvoldoende gebleken. Onlangs riep de VN (opnieuw) op tot ruimhartige steunverlening ten behoeve van de slachtoffers. Zoals het kabinet in de Kamerbrief van 19 september jl. heeft aangekondigd, zal uit het nieuwe Dutch Relief Fund ruimhartig worden bijgedragen aan de humanitaire hulpverlening, met daarbij speciale aandacht voor de meest kwetsbare groepen zoals vrouwen en kinderen. Ter leniging van de noden van de Syrische bevolking, zowel de ruim tien miljoen behoeftigen binnen Syrië als de Syrische vluchtelingen in de buurlanden, is (inclusief de bijdrage uit het Dutch Relief Fund) inmiddels 113,5 miljoen euro aan humanitaire hulp beschikbaar gesteld. Voor Irak bedraagt dit 17,9 miljoen euro.

De impact van de militaire actie op de humanitaire situatie is moeilijk te voorspellen. Als de Koerdische strijders en het Iraakse leger, met westerse steun, snel terreinwinst maken, kan dit als positief effect hebben dat ontheemden hierdoor naar huis kunnen. Zoals gezegd, is het echter ook mogelijk dat op korte termijn (nog) grotere vluchtelingenstromen op gang komen.

Financiën
Deze missie zal worden gedekt uit het BIV en de brede HGIS. In 2014 is er circa 30 miljoen beschikbaar in het BIV. Derhalve wordt het restant van de missie gedekt uit de HGIS door middelen uit latere jaren naar voren te halen middels een kasschuif. Uitgaande van de eerder vermelde minimale logistieke footprint zijn de uitgaven (bij een missieduur van twaalf maanden met F-16’s en trainingsteams) naar verwachting ruim 150 miljoen euro.


De Minister van Buitenlandse Zaken,
Frans Timmermans

De Minister van Defensie,
J.A. Hennis-Plasschaert

De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,
Lilianne Ploumen

(ministerie van Buitenlandse Zaken, 24 september 2014)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen