woensdag 14 augustus 2013

Defensie richt reservistenbureau op

Defensie zal op hoog niveau een projectbureau Reservisten oprichten. Dat heeft minister Jeanine Hennis-Plasschaert van Defensie vandaag aan de Tweede Kamer geschreven. Het bureau, dat bestaat uit reservisten en beroepsmilitairen, moet een impuls geven aan de uitwerking van het toekomstige reservistenbeleid. Ook kondigt de minister samenwerking met universiteiten aan om nieuwe reserve-officieren op te leiden.

Met het vormgeven van het toekomstige reservistenbeleid hoopt Hennis-Plasschaert dat reservisten nog meer een integraal onderdeel worden van de defensieorganisatie. De minister ziet een reeks voordelen hiervan. Zo kunnen reservisten een ''piekbelasting'' opvangen en zorgen ze ervoor dat er voldoende mensen zijn om langdurige operaties voort te zetten. Bovendien versterken ze de band van het leger met de samenleving. De reservist is de ''ideale ambassadeur'' voor de krijgsmacht.

Hoe het toekomstige reservistenbeleid eruit gaat zien staat nog niet vast. De minister wil daarom een beroep doen op alle belanghebbenden om mee te denken; reservisten, werkgevers, vakcentrales, andere overheden en politieke partijen. In dat kader wordt ook een groot reservistensymposium georganiseerd dat in november plaats zal vinden.

De minister kondigde eind mei al een aantal plannen aan om de inzet van reservisten te intensiveren.  Zo wil Defensie de meerwaarde van de reservist beter voor het voetlicht brengen. Het moet iemands kansen op de arbeidsmarkt bijvoorbeeld vergroten. Hiermee wordt het voor werkgevers aantrekkelijk om werknemers, die tevens reservist zijn, in dienst te nemen.

(ministerie van Defensie, 14 augustus 2013)

Kamerbrief:

Datum 14 augustus 2013
Betreft Ontwikkelingen reservistenbeleid

In het algemeen overleg over personeel van 13 juni jl. heb ik met u gesproken over de mogelijkheid de reservisten ook op hoger ambtelijk niveau bij Defensie een gezicht te geven. Inmiddels heb ik hiertoe concrete stappen gezet, waarover ik u met deze brief wil informeren. Ook hebben wij in het overleg gesproken over een vervolgtraject als reservist voor studenten die het vak Vrede en Veiligheid volgen aan de universiteit van Groningen en Leiden. Mede naar aanleiding van de opmerkingen van het lid Eijsink over deze onderwerpen, wil ik u hierover nader informeren met deze brief.

Bureau Reservisten
Met mijn brief van 29 mei jl. (Kamerstuk 33 400X, nr. 81) heb ik u geïnformeerd over mijn voornemen het reservistenbeleid te intensiveren. Om het belang hiervan te onderstrepen, zowel binnen als buiten Defensie, zal op hoog ambtelijk niveau in de staf van de Commandant der Strijdkrachten een projectbureau Reservisten worden opgericht. Het bureau met in totaal ongeveer vijf functies op projectbasis zal bestaan uit reservisten en beroepsmilitairen en komt onder leiding van een reserveofficier. In nauw overleg met de operationele commando’s en bestaande organisatiedelen, zoals het Service Centrum Employer Support, moet het bureau een impuls geven aan de uitwerking van het reservistenbeleid zoals ik dit in mijn brief van 29 mei heb uiteengezet. Belangrijke elementen hierin zijn de intensivering van de dialoog hierover met alle belanghebbenden en de organisatie van een congres dat eind dit jaar is voorzien.

Proef met studenten Vrede en Veiligheid
Defensie start dit najaar een proef om reserveofficieren op te leiden in aansluiting op het keuzevak Vrede en Veiligheid dat al vele jaren, met steun van de Nederlandse Defensie Academie (NLDA), op de Rijksuniversiteit Groningen wordt aangeboden. Deelnemers aan dit keuzevak blijken geïnteresseerd te zijn in een militaire carrière, zowel in beroepsdienst als in de rol van reservist. Ook de Rijksuniversiteit Leiden is in geïnteresseerd in deze proef. Geschikte kandidaten die het universitaire keuzevak met succes hebben voltooid en die interesse hebben in Defensie, zullen worden uitgenodigd een opleiding tot reserveofficier te volgen.

Voorafgaand of tijdens de opleiding worden de aspirant-reserveofficieren in de gelegenheid gesteld bij operationele eenheden stage te lopen. Hierbij werken ze samen met een militair die zij op den duur tijdelijk of gedeeltelijk kunnen vervangen. Ik zal uw Kamer informeren over de uitkomst van de evaluatie van de proef.

DE MINISTER VAN DEFENSIE
J.A. Hennis-Plasschaert

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen