donderdag 11 april 2013

Kamerbrief over drugscriminaliteit bij de Luchtmobiele Brigade

de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Datum 11 april 2013
Betreft Reactie op berichtgeving over drugscriminaliteit bij de Luchtmobiele Brigade
Onze referentie
BS2013010509

De vaste commissie voor Defensie heeft mij in een brief van 28 maart jl. verzocht te reageren op berichtgeving in de media over drugscriminaliteit bij de Luchtmobiele Brigade. Voorts heeft de commissie mij gevraagd in te gaan op het verband tussen drugscriminaliteit en posttraumatische stress-stoornis en hoe deze samenhangen met de nazorg voor veteranen (kenmerk 2013Z05540/2013D13050). Bij deze voldoe ik aan dat verzoek.

Drugscriminaliteit bij de Luchtmobiele Brigade
Er is sprake van twee strafrechtelijke onderzoeken van de Koninklijke Marechaussee onder verantwoordelijkheid van het Openbaar Ministerie naar vermeende handel in harddrugs op de Oranjekazerne in Schaarsbergen. Het eerste onderzoek stamt uit 2012 en is bijna voltooid. Daarnaast voert de commandant een rechtspositioneel onderzoek uit naar het gedrag van de betrokken militairen.

Defensie heeft een strikt beleid op het gebied van drugs. Het bezit of gebruik van harddrugs leidt in beginsel tot ontslag. Echter, bij een aantoonbare relatie met psychisch of lichamelijk letsel als gevolg van een uitzending, ligt dit genuanceerder en worden alle omstandigheden meegewogen. Bij de verdere afhandeling van de incidenten in Schaarsbergen zal dit niet anders zijn. Voorts blijft Defensie verantwoordelijk voor de nazorg van veteranen, ook bij oneervol ontslag.

Relatie drugsgebruik en posttraumatische stress-stoornis (PTSS)
U heeft mij gevraagd naar een verband tussen opgelopen psychisch letsel als gevolg van een uitzending en het gebruik van drugs. Uit de medische literatuur is bekend dat er een verband bestaat tussen middelengebruik en PTSS. Middelengebruik dan wel drugsproblematiek krijgt expliciet de aandacht in de nazorgperiode van militairen door zowel de eerste als de tweede lijn, omdat dit indicatief kan zijn voor onderliggende klachten en problemen. De Militaire Geestelijke Gezondheidszorg heeft een specifiek behandelprogramma ontwikkeld om de militair met deze problematiek te begeleiden.

DE MINISTER VAN DEFENSIE
J.A. Hennis-Plasschaert

(ministerie van Defensie, 10 april 2013)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen