vrijdag 1 maart 2013

Krijgsmacht ontwikkelt nieuwe sensoren

Gerard ten Voorde

HARDE – De radarsystemen van Defensie zijn tot op de draad versleten. De krijgsmacht ontwikkelt daarom –samen met de defensie-industrie– een nieuwe generatie detectieapparatuur. „We geven militairen hun oren terug.”

Met een doffe knal vuurt een artillerie-eenheid een mortier af op het Artillerieschietkamp in ’t Harde. Luttele seconden later klinkt een nieuwe klap. De 81 millimetergranaat slaat in. Ergens, in de verte.

Op de beeldschermen van een gesimuleerde commandopost –een grote, spierwitte partytent tussen het legergroen– is de baan van de mortiergranaat haarscherp te volgen. Een ”multimissieradar” berekent vooraf precies de plaats van inslag. Het systeem kan eenheden in het veld alarmeren voordat ze onder vuur worden genomen.

De nieuwe, geavanceerde radar is voor het eerst in staat met één systeem tegelijkertijd raketten, mortieren, artillerie én onbemande vliegtuigjes op te sporen. In het verleden waren hier drie systemen voor nodig. „We kunnen straks méér met minder systemen”, meldt majoor Henk te Kulve, projectleider van het Ground Based Air Defense Command uit Vredepeel.

Bescheiden
Defensie en de Nederlandse defensie-industrie slaan de handen ineen. Ondanks bezuinigingen verstrekt de krijgsmacht subsidies aan Thales, TNO en Microflown Avisa om nieuwe technieken te ontwikkelen. Gisteren toonde Defensie in ’t Harde enkele vindingen. Amerikanen, Duitsers, Noren, Turken en Italianen zijn geïnteresseerd.

Een nieuwe radar is geen overbodige luxe. De zeven bestaande radarsystemen, daterend uit 1986, zijn versleten. De vervanging kost zo’n 85 miljoen euro. „Een bescheiden bedrag”, vindt Te Kulve. De Tweede Kamer moet dit najaar nog groen licht geven. Vanaf 2015/2016 moet het systeem operationeel zijn.

Tijdens de missie in Uruzgan beschikte Nederland niet over een radarsysteem
dat inkomende raketten kon waarnemen. Kamp Holland werd daarom bewaakt
door twee ARTHUR-radars van Singapore. Foto: Hans de Vreij

„We willen een grote stap voorwaarts maken”, licht Te Kulve toe. „Om onze oude apparatuur te vervangen, maar ook om nieuwe dreigingen, van drones bijvoorbeeld, af te dekken. Onbemande vliegtuigjes vormen een nieuw, groot risico. In missiegebieden, maar ook in eigen land. Met drones zijn bijvoorbeeld vrij eenvoudig explosieven af te werpen tijdens evenementen of tijdens een bezoek van een hoogwaardigheidsbekleder.” De kleine, zeer mobiele radar, afgeleid van de grote marineradarsystemen, moet Defensie in staat stellen legerbases in een missiegebied én bataljons aan het front effectief te beschermen. „We kunnen de radar straks in een klein legervoertuig inbouwen.”

Balpen
Nieuw –„en uniek”– is een akoestisch sensorsysteem dat niet alleen mortiervuur en helikopters traceert, maar ook klein kaliber geweervuur. De sensor, ter grootte van een balpen, registreert nauwkeurig de herkomst van geluid.

Voor een militair in het veld is het buitengewoon moeilijk om de herkomst van vijandelijk geweervuur te bepalen, legt majoor Te Kulve uit. „Je hebt geen idee vanaf welke kant het vuur komt.” De akoestische sensoren geven op een beeldscherm echter nauwkeurig de bron weer.

Een militair kan het systeem van Microflown Avisa eenvoudig op zijn geweer schroeven. Ook een sluipschutter –met geluiddemper– in de bosrand wordt haarscherp opgemerkt. „Deze dreiging ontgaat ons meestal volledig.”

Defensie overweegt aanschaf van het akoestisch systeem. De krijgsmacht beschikt al dertien jaar niet meer over geluidsregistratieapparatuur. „Wij hebben ons spul al in 2000 weggedaan”, aldus Te Kulve. „Versleten.”

Met de sensoren is op een afstand van 10 tot 15 kilometer op 10 meter nauwkeurig een geluidsbron te bepalen, legt Hans-Elias de Bree van Microflown Avisa uit. „Manschappen lopen tegenwoordig allemaal met oordopjes in hun oren. Wij geven militairen hun oren terug.”

(Reformatorisch Dagblad, 28 februari 2013)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen