dinsdag 8 januari 2013

WUL: 'Defensie wist van effecten maar heeft bewust niets gedaan'

In de email van 21 december 2012 aan het defensiepersoneel, waarin een toelichting werd gegeven op de negatieve inkomenseffecten van de Wet uniformering Loonbegrip (WUL), stelde Defensie: “Het is een feit dat te laat is onderkend dat de effecten van de WUL u als militair onevenredig raken.”

Uit een brief die de CMHF-sector Defensie (GOV|MHB: KVMO, KVNRO & NOV) in handen heeft gekregen, blijkt dat Defensie echter ruim op tijd op de hoogte was van de effecten van de WUL, maar bewust geen actie heeft ondernomen toen dat nog mogelijk was.

Deze brief betreft een formeel schrijven van 26 november 2012, van Staatsecretaris Frans Weekers van Financiën aan de Minister van Defensie, Jeanine Hennis-Plasschaert.

Inhoud:
In deze brief stelt Staatssecretaris Weekers: “Waarde Jeanine, ………. De in je brief geschetste probleemstelling, de inkomenseffecten die door de  inwerkingtreding van de Wet uniformering loonbegrip ontstaan, zijn steeds punt van aandacht en zorg geweest bij het maken van het wetsvoorstel, bij de behandeling in het parlement en in de aanloop naar de inwerkingtreding per 1 januari 2013.

De staatssecretaris stelt ook: “Het is zo dat in de memorie van toelichting van het (toen  nog) wetsvoorstel Wet ULB opmerkingen zijn opgenomen ter zake van de consequenties  van die wet voor militairen. Bij de behandeling van het wetsvoorstel in de MR zijn er van de zijde van het ministerie van Defensie geen opmerkingen gemaakt ter zake van die inkomensconsequenties. Om die reden ben ik er van uit gegaan dat het ministerie van Defensie die consequenties heeft aanvaard.”

Tevens stelt de staatssecretaris: “Bij ambtelijk contact op 19 januari 2012 over de Verkenning loonsomheffing, waarin maatregelen beoogd waren die wel een rechtstreekse invloed hebben op de uitzonderingspositie van de militairen in de Zorgverzekeringswet is gebleken dat de consequenties van de Wet ULB bij ambtelijk Defensie wel bekend waren.”

Conclusie:
Uit het voorgaande kan de CMHF-sector Defensie niet anders dan concluderen dat de adviseurs van de minister van Defensie, tijdens de totstandkoming van de WUL, bewust hebben nagelaten om de negatieve effecten van de WUL voor de militairen te (laten) repareren/compenseren!

Uit het voorgaande blijkt tevens dat Defensie wederom de geldende procedures niet heeft nageleefd. Op het moment dat bekend is dat er een wetsvoorstel ligt dat specifiek effecten met zich meebrengt voor militairen en/of burgermedewerkers bij defensie, dan dient Defensie dit onverwijld aan te geven in het Georganiseerd Overleg.

Nadat een der Centrales hier medio juni 2012 in het Georganiseerd Overleg aandacht voor heeft gevraagd, heeft Defensie (pas) op 20 september 2012 in het Georganiseerd Overleg aan de Centrales laten weten dat men bezig was met de reparatie van de effecten van de WUL voor de militairen. Dit terwijl Defensie dus al op 19 januari 2012 op de hoogte was!

Toch kan een zeer kritische noot aan het adres van het ministerie van Financiën ook niet uitblijven. Ook het ministerie van Financiën is op de hoogte van de bijzondere positie van de militair. Het ministerie van Financiën had dus eveneens kennis van de extreme negatieve effecten van de invoering van de WUL voor de militairen. Nu deze effecten uitsluitend voortkomen uit deze bijzondere positie, had het ministerie van Financiën ook zelf kunnen (en moeten) komen met een compensatiemaatregel. Dit ministerie heeft immers de verantwoordelijkheid om wetgeving zoals de WUL zodanig vorm te geven dat niet een relatief kleine groep onredelijk wordt getroffen door de nadelige gevolgen van wetgeving. Deze verantwoordelijkheid kan worden afgeleid uit de jurisprudentie over artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

Het feit dat het ministerie van Defensie hier niet heeft gehandeld, pleit het ministerie van Financiën in deze dan ook niet vrij van alle blaam.

Nu verder:
De CMHF-sector Defensie is van mening dat er een fout is gemaakt in het wetgevingstraject en onderzoekt nu of dit juridisch kan worden aangevochten.

Daarnaast benadert zij Tweede Kamerleden met als doel om hen te overtuigen van de fout en deze alsnog te laten herstellen door middel van een motie.

(GOV|MHB, 8 januari 2013)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen