donderdag 29 november 2012

Krijgsmacht kampt met twee taboes

door Gerard ten Voorde

DOORN – Zelfdoding en relatie­problemen. Twee taboes bij Defensie. Militairen kunnen er tijdens –en ver ná– een missie mee worden geconfronteerd. „Defensie moet hier serieus onderzoek naar doen.”

Erwin Kamp
Erwin Kamp kent de krijgsmacht van binnenuit. De coördinator Geestelijke Verzorging (GV) op het Veteraneninstituut in Doorn is twee keer op missie geweest. Een halfjaar Ethiopië/Eritrea (2000) en vijf maanden Irak (2003). „Met de mariniers.”

Kamp kijkt „heel positief” terug op zijn uitzendingen. „Als gv’er kom je daar meer tot je recht dan in Nederland. Je deelt lief en leed. Je bent aangewezen op elkaar, dat geeft ongekende kameraadschap. En je helpt concreet mee aan de opbouw van een maatschappij, met de bouw van scholen en politiebureaus.”

Kamp is –samen met Michaela Schok– auteur van ”Na de missie”, een boek met tips en tools voor militairen, veteranen en thuisfront. Woensdag sprak de –humanistisch– gv’er in Doorn over z’n pas verschenen boek.

Hoe kijken militairen terug op hun missie?
„Pakweg 90 procent is positief. Zelfs al hebben militairen negatieve ervaringen opgedaan of een stresssyndroom opgelopen, dan nog hadden ze de missie niet willen missen.”

Hoeveel militairen kampen met blijvende problemen?
„Zo’n 4 tot 5 procent houdt klachten, ook op langere termijn. Het verschilt per missie. Uruzgan of Srebrenica is een wereld van verschil. Heeft een militair meer grip op zijn eigen leven, dan heeft hij minder problemen.”

Heeft Defensie voldoende aandacht voor ‘missieproblemen’?
„Ja. Defensie heeft de afgelopen vijftien tot twintig jaar veel geleerd. Uruzgan is heel anders begeleid dan Libanon. We hebben nu een Veteranenwet met een zorgplicht voor Defensie.”

Krijgt een militair voldoende erkenning, waardering?
„Het kan altijd beter. Het maatschappelijk geheugen wat betreft de inzet en slachtoffers in Afghanistan is erg kort. Positief is de Veteranendag.”

U signaleert twee taboes bij de krijgsmacht. Vanwaar?
„Bij Defensie rust er een taboe op zelfdoding en op relatieproblemen. Ik heb geen harde cijfers, maar ik hoor te vaak van militairen die kampen met relatieproblemen. Meer dan in de burgermaatschappij. Van zelfdoding weet ik het niet.”

Wat moet er gebeuren?
„Ik zou willen dat Defensie, vanuit goed werkgeverschap, onderzoek doet. Wat is er van waar? De Tweede Kamer heeft een motie aangenomen voor een onderzoek naar zelfdoding. Laat Defensie zelf onderzoeken naar relatieproblemen oppakken.”

Waarom gebeurt er niets?
„Als er een verband blijkt te bestaan tussen missies en relatie­problemen, is dat geen promotie voor Defensie.”

Welke suggesties doet u?
„Tijdens elke uitzending wordt een thuisfrontcomité in het leven geroepen. Op de helft van de missie wordt een speciale dag voor het thuisfront georganiseerd. Laten we zo’n comité, en dat is een nieuw pleidooi, na een missie niet direct opheffen, maar in stand houden. Met steun van Defensie. Om de vinger aan de pols te houden.”

Heeft een militair die met zijn vragen bij God terechtkan geen voorsprong op collega’s?
„Ik snap wat u bedoelt. Voor zo’n militair is inderdaad een aantal vragen over de zin en oorsprong van het leven al ingevuld. Maar de confrontatie met veel ellende kan juist daar vragen over oproepen.”

Uruzgan, de moeder aller missies, is achter de rug. Komt uw boek niet een beetje laat?
Geprangd: „Véél te laat.”

Mosterd na de maaltijd?
„Beter laat dan nooit. Er zullen altijd uitzendingen blijven volgen. Daarom krijgt het boek ook elke twee jaar een update.”

(Reformatorisch Dagblad, 29 november 2012)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen