maandag 8 oktober 2012

Generaal b.d. Van Uhm over bezuinigingen op Defensie

'Militairen komen niet uit een machine'

Door Rianne Waterval

Al sinds de Koude Oorlog is de krijgsmacht met enige regelmaat verkleind. De laatste bezuinigingsexercitie van 1 miljard euro is weliswaar financieel ingeboekt, maar moet grotendeels nog worden uitgevoerd. Toch ligt defensie wederom onder vuur. Voormalig Commandant der Strijdkrachten Peter van Uhm wil visieloos snijden voorkomen en uit zijn zorgen. ‘Concern is een mooi modewoord, maar bij Defensie doen we heel andere dingen.’

Alle tanks zijn al verdwenen. Helikopters, jachtvliegtuigen en mijnenbestrijdingsvaartuigen gaan in de verkoop. Het ministerie van Defensie moet in 2013 in totaal 791 miljoen besparen, zo valt te lezen in de Defensieparagraaf van de rijksbegroting die op Prinsjesdag naar de Kamer is gestuurd. Kazernes en legerplaatsen gaan noodgedwongen dicht, de operationele capaciteiten kunnen niet langer worden ontzien. Er verdwijnen zo’n 12.000 banen en circa 6.000 medewerkers moeten – al dan niet gedwongen – de organisatie verlaten.

‘Dat is niet alleen een mathematische som, dat dóét iets met de krijgsmacht,’ zegt Peter van Uhm. De voormalig Commandant der Strijdkrachten (CDS) – deze zomer droeg hij het bevel over aan Tom Middendorp – hield op 20 september jongstleden een lezing over de toekomst van de organisatie die hem zo na aan het hart staat. Na bijna veertig jaar bij de krijgsmacht spreekt Van Uhm zonder aarzeling nog steeds over ‘mijn soldaten’. Nog ietwat onwennig – ‘het voelt toch anders zonder uniform’ - maar gepassioneerd houdt de generaal buiten dienst op uitnodiging van SID Nederland in het Haagse Humanity House een pleidooi voor een buitenlandbeleid met een nog meer geïntegreerde visie.

Stank voor dank
‘Zorg voor een beleid dat je ook aan je kinderen kunt uitleggen,’ roept Van Uhm de politici op. Hij benadrukt dat militairen ‘a-politiek’ zijn, maar wil de politieke leiders graag meegeven goed na te denken over de richting die het ministerie op gaat. ‘Bezint eer ge begint,’ waarschuwt hij. ‘Op 4 mei zijn we een minuut stil en op 5 mei vieren we onze vrijheid, maar welke Nederlander denkt de rest van het jaar na over zijn veiligheid? Vrijheid, veiligheid en welvaart zijn niet gratis. In de discussie over zorg en pensioenen wordt vaak het argument gebruikt dat we de volgende generatie niet mogen opzadelen met tekorten, maar als het gaat om veiligheid hoor ik dit niet terug.’

Achter iedere militair schuilt een familie, benadrukt de generaal buiten dienst. ‘Uiteindelijk beslist de politiek, dat heb ik mijn mensen ook altijd uitgelegd. Maar voor degene die er al vijf uitzendingen op heeft zitten, is het heel moeilijk te begrijpen dat er opeens geen werk meer is. Als je dan te horen krijgt dat je “niet meer nodig bent”, dan doet dat wat met je. Dat wordt toch gevoeld als stank voor dank. Het moreel is juist bij de krijgsmacht ontzettend van belang. Uiteraard is een efficiënte bedrijfsvoering noodzakelijk, het gaat om belastingcenten. Maar wij zijn geen bedrijf. Concern is een mooi modewoord, maar bij Defensie doen we heel andere dingen. De krijgsmacht behoort samen met de politie en de radio tot de meest betrouwbare instituties van Nederland. De krijgsmacht doet wat van haar gevraagd wordt.’

Iets afbreken is niet moeilijk, concludeert Van Uhm. ‘Maar als eenheden worden afgestoten en expertise je organisatie heeft verlaten, kost het minstens vijf jaar om deze weer terug te krijgen. In de tijd van minister Kamp hebben we besloten de maritieme vliegtuigen weg te doen, maar wat hebben we nu nodig in de strijd tegen de piraterij? Had iemand drie jaar geleden de Arabische lente voorspeld, dan was hij naar een gesticht afgevoerd. De wereld is vol onzekerheden en niet voorspelbaar.’

Juist nu heeft Nederland volgens hem behoefte aan een krijgsmacht die als stabiele partner kan optreden. ‘En dat kan,’ stelt hij. ‘Maar dan moeten wij strategische keuzes maken, het aantal landen dat we helpen beperken en uitgaan van een geïntegreerde flexibele benadering waarin defensie, diplomatie en ontwikkelingssamenwerking optimaal samengaan.’

Impact
Hoewel het ministerie nog midden in een bezuinigingsronde zit, is het niet uitgesloten dat er nog meer wordt gekort op het defensiebudget. Binnen de verkiezingscampagne is defensie relatief onderbelicht gebleven: de waarde van de krijgsmacht wordt door het CPB immers niet in harde euro’s uitgedrukt. Maar waar de VVD geen nieuwe bezuinigingen voorstaat, wil de PvdA nog eens 1 miljard extra besparen op de krijgsmacht.

Wie enig idee wil krijgen van de impact die een nieuwe bezuinigingsronde op de organisatie heeft, moet volgens Van Uhm eerst naar het verleden kijken. ‘In 2009 hebben we 300 miljoen op jaarbasis bezuinigd zonder de harde  operationele capaciteit aan te tasten,’ licht hij toe. ‘Dit was helaas niet meer haalbaar voor de 1 miljard aan besparingen die we onder het huidige kabinet moesten inboeken. Defensie zit de laatste jaren kwalitatief en kwantitatief op de top van haar kunnen.’

De voormalig CDS refereert aan de missies in Afghanistan, het Midden-Oosten, Afrika en de Balkan. ‘Hiervoor krijgen we zowel binnen de EU als de Navo veel erkenning. Als een nieuwe regering nog meer wil bezuinigen, dan moet zij goed doordrongen zijn van de consequenties. Nu staan er iedere dag 4.600 militairen paraat voor het geval er een dijk doorbreekt, de overheid hoeft maar met haar vingers te knippen. Maar militairen komen niet uit een machine, dat beseft lang niet iedereen.’

De voormalig CDS is niet de enige die zich zorgen maakt. Zo liet minister Hillen deze zomer al weten ‘maximaal uitgeknepen’ te zijn. ‘Verder snijden maakt de krijgsmacht invalide,’ aldus de VVD-minister. In het programma Nieuwsuur zette de bewindsman de mogelijke extra bezuinigingen op defensie op beeldende wijze af tegen de stijgende kosten in de zorg. ‘De zorgstijging in deze kabinetsperiode is twee keer mijn complete begroting,’ aldus Hillen. ‘Als ons land morgen bezet is, hebben we niets aan rollators,’ waarschuwde hij.

Ook de Adviesraad Internationale Vraagstukken vindt verder beknibbelen op het defensiebudget onverantwoord. In een brief aan de Staten-Generaal liet de raad afgelopen maand weten dat verdere bezuinigingen bovendien de betrouwbaarheid van Nederland als samenwerkingspartner zullen ondermijnen. Volgens de AIV roept zelfs het huidige formaat van de krijgsmacht ‘al vragen op over de inzetbaarheid en het ambitieniveau’.

Keuzes
Van Uhm erkent dat het aantal grote langdurige missies onder druk staat, maar dit neemt volgens hem niet weg dat Nederland een actieve rol kan blijven vervullen op het wereldtoneel. ‘Er zullen keuzes gemaakt moeten worden. De tijd van de Koude Oorlog, waarin burden sharing centraal stond, is voorbij. Toen was het voldoende om lid te zijn van de club. Het gaat tegenwoordig om meer. We worden steeds afhankelijker van andere landen. Het is naïef om te denken dat wat in Libië gebeurt geen invloed heeft op Nederland. Steek je nek uit, of anders gezegd: neem je verantwoordelijkheid. Wil je meepraten in internationale fora, dan moet je ook hier je steentje bijdragen.’

De generaal buiten dienst wijst erop dat de Nederlandse krijgsmacht binnen internationale fora vaak gezien wordt als rolmodel. ‘Mijn collega’s bij de Navo en de EU waren jaloers toen ik ze vertelde dat ik wekelijks met topambtenaren van het ministerie van Veiligheid en Justitie, AZ en Ontwikkelingssamenwerking om tafel zat. Dat reguliere interne overleg is uniek en maakt het werk van de mensen in het uitzendingsgebied zoveel makkelijker.’ Van Uhm hoopt dat ook in een nieuw kabinet deze structuur stand houdt: ‘Op deze manier zijn de checks and balances goed verdeeld.’

Daarnaast pleit hij voor een grotere focus op preventie. ‘Daar valt nog een wereld te winnen. Nu zijn het toch vaak de postconflictgebieden waar soldaten naar worden uitgezonden.’ Minder missies dus, maar met een grotere return on investment. ‘Dat kan alleen met een holistische geïntegreerde benadering waarbij ook ngo’s, internationale organisaties en het bedrijfsleven worden betrokken,’ concludeert hij. ‘Zo kunnen we met hetzelfde geld meer doen. Of, zoals de Amerikanen het met een foute term zeggen, je krijgt meer bang for your buck.’

Een grotere flexibiliteit met betrekking tot de budgetten is daarvoor noodzakelijk. Van Uhm: ‘Neem bijvoorbeeld Mali. Wij hebben daar incidenteel Malinese strijdkrachten getraind met een beperkt budget. Ontwikkelingssamenwerking heeft jarenlang in dit land geïnvesteerd. Als de regels minder streng waren geweest hadden we waarschijnlijk meer aan institution building kunnen doen en beter kunnen samenwerken met de autoriteiten daar. Door structureel aanwezig te zijn, hadden we de lokale bevolking mogelijk een hoop ellende kunnen besparen.’

(Public Mission, 5 oktober 2012)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen